Iets waar ik erg bang voor was tijdens mijn burn-out was te ver gaan.
Bij alles wat ik deed dacht ik na of ik het wel zou kunnen en of het misschien slecht voor me zou zijn. Zou het zorgen dat ik uiteindelijk een terugval zou krijgen en het herstel zou vertragen? Dit gold voor sociale gebeurtenissen maar net zo veel voor sporten.

Ik dacht dat sporten mijn vermoeidheid alleen maar erger zou maken en ik mezelf alleen maar verder uit zou putten. Verder was ik bang dat mijn lichaam door het sporten extra cortisol (stress-hormoon) aan zou maken en ik mezelf zo alleen maar tegen zou werken. Wat ik toen nog niet wist is dat ik zo’n beetje verslaafd aan sporten zou worden vanwege de direct positieve effecten op mijn lichaam, júist tijdens mijn burn-out.

Loslaten van prestatiedruk

Laten we even vooropstellen: er is een groot verschil tussen sporten en sporten. Het ontspannen bewegen met als doel je mentaal (en automatisch ook lichamelijk) beter te voelen, tegenover het trainingssporten waar je je grenzen opzoekt en die bewust probeert te verleggen. Wanneer ik het nu over sporten heb, heb ik het absoluut over die eerste vorm. (De tweede vorm heb ik ook uitgeprobeerd en geloof me, dat pakt toch niet zo goed uit!).

Ik ben een ontzettend gedreven persoon die graag het uiterste uit mezelf haalt. (Goh herkenbare eigenschap voor mensen met een burn-out.)
Het loslaten van de prestatiedruk tijdens het sporten was dan ook iets wat ik in het begin erg moeilijk vond. Toch, naarmate ik de prestatiedruk achterwege liet, kreeg ik er veel meer plezier in! Langzaam kon ik zelfs steeds meer en mijn lichaam herstelde sneller door het sporten. Het was zelfs zo dat ik op den duur wist dat juist op de momenten dat ik me het slechtst voelde en dacht dat ik echt niet op kon staan, bewegen me het meest hielp van alles. Ik kwam dan ook terug met een veel helderder hoofd en een voldaan gevoel. Natuurlijk werd ik er moe van, maar het was anders moe, beter moe en na een paar uur wachten wist ik dat ik er zelfs energie van kreeg.

Er is niets mis met lichamelijke vermoeidheid

Dat we tijdens een burn-out ons te moe voelen om ook maar iets te doen is totaal niet gek, je bent per slot van rekening uitgeput. Maar iets wat we vaak vergeten is dat er niks mis is met je lichamelijk moe voelen. En de vermoeidheid die jij voelt tijdens een burn-out is hoogstwaarschijnlijk mentaal.

Een wandeling kan om die rede bijvoorbeeld heerlijk zijn om die mentale vermoeidheid om te zetten in lichamelijke vermoeidheid. Bijkomend voordeel: door te bewegen maakt je lichaam endorfine aan (ook wel gelukshormoon) en laten wij die nou juist nu ontzettend hard nodig hebben. Ook worden afvalstoffen weggevoerd waaronder (jawel!) cortisol. En per slot van rekening is een mens gemaakt om te bewegen (wat wij eigenlijk ook wel weten). Zolang je hier dus niet je grenzen mee opzoekt, zal het echt alleen maar voordelen hebben.

Dubbel voordeel: de loopcoach

Om er zeker van te zijn dat ik verantwoord opbouwde had ik een coach. We begonnen met wekelijks te lopen maar bouwde dit steeds meer op met stukjes hardlopen en spieroefeningen. God wat kreeg ik hier een spierpijn van.. Mijn conditie was namelijk weer helemaal terug bij 0 en ik had geen spiertje meer over, maar het gaf me een geweldig goed gevoel.
Ik had deze coach zorgvuldig uitgekozen omdat ze tegelijkertijd ook als psycholoog fungeerde. Op deze manier werkte ik aan mijn mentale en lichamelijke gesteldheid tegelijk. Persoonlijk zag ik dit als een groot voordeel, omdat praten in een kamertje toch moeilijker gaat. Dubbel voordeel dus!

Zwemmen en wandelen

Daarnaast zwom (en nog steeds zwem) ik regelmatig. Wat hier zo fijn van is, is dat je er geen echte spierpijn van kunt krijgen en het een hele mooie/toch wel rustgevende manier is om je conditie op te bouwen.  Dat ik begon met zwemmen was overigens wel in een later stadium. In het echte begin was even wandelen al meer dan genoeg. Dat was dan ook wat ik het meest gedaan heb: ik wandelde vrijwel elke dag. Dit begon met een rondje om ons huis of met moeite een kwartiertje maar breidde zich langzaam uit. In het begin werd ik er ook nog niet echt blij van zal ik opbiechten, maar toen ik langzaam maar zeker verder kon, merkte ik dat ik me er steeds beter door voelde.

Toen ik in een nog later stadium was, begon ik ook krachttraining weer op te pakken en af en toe wel de grens te verleggen. Maar alles heel voorzichtig en luisterend naar mijn lichaam. En ging het een dag niet, nou ja, dan volgende keer beter.

Sporten en burn-out,  een gouden combinatie

Uiteindelijk sportte ik aan het eind van mijn burn-out bijna dagelijks. De verplichte rustdagen die ik hield om mijn lichaam de tijd te geven om te herstellen, vond ik verschrikkelijk. Sporten was echt mijn uitlaatklep geworden en misschien wel het beste medicijn tijdens een burn-out. Geef dus vooral niet meteen op en blijf in beweging, want elke stap zal je dichter bij je herstel brengen!